Astmazorg voor kinderen
"Maar ik heb nergens last van!"
Op de poli komen regelmatig kinderen die gediagnosticeerd zijn met astma, maar die aangeven geen klachten meer te ervaren en daarom geen onderhoudsmedicatie willen gebruiken. Dit fenomeen begint vaak in de pre-puberale fase en zet zich door wanneer de hormonen volop in werking treden. In deze periode ontstaat er twijfel over de diagnose en wordt de onderhoudsbehandeling afgebouwd.
Het gevaar van het niet gebruiken van medicatie is echter dat ongecontroleerde astma kan leiden tot ernstige complicaties, zoals astma-exacerbaties, verminderde kwaliteit van leven, schoolverzuim en een verhoogd gebruik van gezondheidszorg. Aan de andere kant bestaat het risico van overbehandeling, wat kan leiden tot onnodige bijwerkingen van medicijnen en hogere zorgkosten.
Wat het nog lastiger maakt, is dat de symptoomperceptie bij kinderen vaak onbetrouwbaar is. Ook ouders vinden het moeilijk om de klachten van hun kinderen goed in te schatten. Uit een recent Rotterdams onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat ouders vaak aanzienlijk gunstigere C-ACT-scores (Childhood Asthma Control Test) geven dan de kinderen zelf. Dit wijst erop dat er een discrepantie bestaat tussen hoe kinderen hun symptomen ervaren en hoe ouders deze beoordelen. (Bousema et al., 2025)
Daarnaast zien we dat met name jongeren met onder behandeld astma vaak steeds minder bewegen en zich fysiek minder uitdagen. Hierdoor ervaren zij inderdaad minder klachten. Dit wordt soms zelfs nog versterkt door de omgeving, waaronder de gymleerkracht, die rekening houdt met het feit dat het kind astma heeft. Dit leidt er niet alleen toe dat de conditie verslechtert, maar ook dat het gewicht toeneemt en de voorwaarden voor gezonde longen nog verder in het geding komen.
Er spelen verschillende onderliggende thema’s mee die het probleem verergeren:
Een kennistekort over de ziekte en de werking van medicatie. Eén keer uitleggen blijkt in de praktijk echt onvoldoende.
Angst voor afhankelijkheid van medicatie Onterechte ideeën over 'longen die lui worden' door gebruik van onderhoudsmedicatie.
Acceptatieproblemen bij het kind. Het wil hetzelfde zijn als leeftijdsgenootjes.
Wantrouwen tegenover de behandeling, zorgverleners in general.
Gebrek aan steun van ouders of verzorgers. Ouders over -en onderschatten de mate waarin kinderen zelf zorg kunnen dragen voor het puffen.
Psychosociale problematiek, speelt soms ook een rol.
Het is cruciaal om deze thema’s te herkennen en aan te pakken. Daarnaast is het belangrijk om de longfunctie periodiek te evalueren, met name de trend in de longfuncties. Het blijft van groot belang om kinderen actief aan te moedigen om te blijven sporten, juist vanwege hun astma.
Heeft u ook vragen gerelateerd aan astma of allergie bij kinderen? Of een praktijkcasus die u wilt delen? Stuur een mailtje: d.neeleman-kuiper@franciscus.nl
Referentie:
Bousema, S., van Zwet, M. E., Ossendrijver, I., Bindels, P. J. E., Bohnen, A. M., Pijnenburg, M., Boeft, M. V. T., & Elshout, G. (2025). Difference in the Perceptions of Asthma Control Between Children With Asthma and Their Parents. Pediatric Pulmonology, 60(1), e27457. https://doi.org/10.1002/ppul.27457